Geschiedenis

De eerste graftrommels in Nederland kwamen vanaf circa 1850 voor en vormden gedurende een lange periode een belangrijk onderdeel van de grafcultuur. Waar de aanschaf vanwege de hoge kosten in eerste instantie alleen mogelijk was voor de notabelen, werden zij dankzij de opkomst van de industriële ontwikkelingen in de negentiende eeuw goedkoper en daardoor bereikbaar voor de middenklasse. Nog later konden de trommels door alle lagen van de bevolking worden aangeschaft en werden zij vaak als gift verstrekt door: familie, vrienden, verenigingen, werkgevers etc.

 

Zij kwamen in verschillende vormen voor, maar de ovale en ronde trommels werden het meest gebruikt. Vierkante en rechthoekige graftrommels zijn veel zeldzamer en trommels in de vorm van een kruis of hart zijn nauwelijks bewaard gebleven. Zij werden meestal  gemaakt van blik of zink, maar er zijn ook trommels en grafkasten bekend van hout, beton en natuursteen. De kransen waren veelal samengesteld uit zinken bladeren en metalen of porseleinen bloemen. De productie was fabrieksmatig en het binden van de bladeren en de bloemen tot kransen gebeurde handmatig, meestal door vrouwen en kinderen, in speciale werkplaatsen.

 

Na de Tweede Wereldoorlog werd de interesse voor graftrommels geleidelijk aan minder.

De redenen hiervoor waren:

–       Gemeentelijke verordeningen (verbod voor het plaatsen van graftrommels op graven);
–       Het verdwijnen van ambachtelijke beroepen, zoals blik- en koperslager;
–       Graftrommels werden vele malen duurder dan de grafkransen;
–       In de jaren vijftig kwamen plastic kransen op de markt. Deze hadden geen bescherming in de vorm van een graftrommel nodig en waren vele malen goedkoper dan de klassieke grafkransen.

De laatste grafkransenfabriek in Frankrijk moest hierdoor in 1980 noodgedwongen haar deuren definitief sluiten.